De bestuurder van de roterende boorinstallatie moet tijdens het heien op de volgende punten letten om ongelukken te voorkomen:
1. Bovenop de kolom van de rupsbandboormachine moet een rood licht worden aangebracht dat 's nachts moet branden om de hoogte te waarschuwen. De gebruiker dient dit licht zelf te installeren, afhankelijk van de feitelijke situatie.
2. De bliksemafleider moet volgens de voorschriften bovenop de kolom van de rupsbandboormachine worden geïnstalleerd en de werkzaamheden moeten worden gestaakt in geval van blikseminslag.
3. De rupsbandwagen moet altijd op de grond staan wanneer de roterende boorinstallatie in werking is.
4. Als de werkwindkracht groter is dan krachtklasse 6, moet de heistelling worden gestopt en moet de hydraulische cilinder als hulpondersteuning worden gebruikt. Indien nodig moet een hijskabel worden toegevoegd ter bevestiging.
5. Tijdens het heien met een rupsbandmachine mogen de boorpijp en de wapeningskooi niet tegen de kolom botsen.
6. Bij het boren met een rupsbandboormachine mag de stroomsterkte van de ampèremeter niet meer dan 100A bedragen.
7. De voorkant van het paalframe mag niet omhoog komen wanneer de paal wordt getrokken en onder druk wordt gezet.
Geplaatst op: 8 februari 2022





